Wu wei

Op zaterdag 2 april was eer leerdag van de ERTA (European Recorder Teacher Association) in de Schoolstraat te Arnhem, bij de Blockfluteshop. Thema was “balans” bij het consort spelen. Daniël Brüggen gaf les.

Ik heb zelden zo’n spannende les gehad. Daniël hanteert een werkwijze die me sterk herinnert aan het Taoïsme en meer in het algemeen aan moderne cognitieve leerstrategieën. Kern van zijn aanpak is het “niet je best doen”. Voordat je echter NIET je best kunt doen dien je te weten wat je dan WEL kunt doen. Hij leerde ons dat aandacht schenken aan materiaal, verschijnselen of gebeurtenissen en dan NABIJ zijn bij hoe dat voelt, of hoe je dat waarneemt hierbij essentieel zijn. De nabije aandacht geeft een ervaring van IDENTITEIT. Deze identiteit kan op verschillende niveau’s tot stand komen: in het ervaren van het eigen lichaam, of in het ervaren van een beweging, een stroom, een weerstand, een verzadigdheid, een ruimtelijkheid. Het BIJ deze ervaring blijven roept identiteit op, en dat is je referentie bij het samenspelen.

Daniël leerde ons om de muziek te laten gebeuren en eigenlijk om je er niet mee te bemoeien: ik zelf ben nogal structurerend bezig in muziek meestal, en heb de neiging om een stevige expressie mee te geven. Daniël maakte me duidelijk hoe goed voor het geheel het kan zijn om de expressie vanuit het geheel te laten ontstaan. Hij gebruikt het beeld van de autobus waar niet iemand aan het stuur is. De passagiers zijn wakker, nabij in het rijden, en de bus gaat waarheen zij gaan kan. Het geweldig verrassende was dat, met een zeer verscheiden instrumentarium, en zonder “af” te stemmen, na 15 minuten de stemming stabiel was, af en toe spatzuiver, en dat er een natuurlijke structuur ontstond die expressiever was dan wat elk van de consortspelers als individu zou kunnen construeren. Dat vat ik op als systemisch samenspelen, waarbij de aandacht ligt bij de taak (task oriented) en bij het geheel (Gestalt- of Holon oriented). Opvallend is dan dat de actieve middenlaag van expressie, interpretatie, semantiek, hermeneutiek, maar ook de talige kant van het afspraken maken en “ritmisch” spelen afwezig is. Deze elementen resulteren uit de focus op taak en geheel. Wu Wei is de Taoïstische term voor niet-handelend handelen, ook wel de centrale paradox genoemd.

Ik ben erg blij met deze introductie door Daniël Brüggen, en raad iedereen aan het eigen ensemble de ruimte te geven zo te werken!

Het volgende is geciteerd uit Wikipedia.

Wu wei is een grondstelling in het taoïsme dat een begrip inhoudt van weten wanneer wel te handelen (i.a.w. actief op te treden) en wanneer niet te handelen. De letterlijke betekenis vanwu wei luidt: “niet handelen tegen de aard der dingen in”. Een onderdeel van het paradoxalebegrip wei wu wei, komt als volgt tot uitdrukking: “handelen door niet te handelen”.

Wu wei wordt besproken in de teksten van de Tao Te Ching, in onder meer hoofdstuk 3, 5, 30, 43, 47, 63 en 67.

De paradox is dat de betekenis van een of meerdere woorden (de woordsemantiek) binnen een zin gewijzigd wordt, een semantische paradox. De Tao Te Ching staat vol met dit soort paradoxen. Logisch taalkundig gezien staat er een tegenspraak, maar na lang nadenken kan men achter de bedoeling van de schrijver komen. Het lijkt erop dat de schrijver een wijsheid verhuld heeft in een paradox teneinde de lezer aan het denken te zetten.

Bijvoorbeeld Tao Te Ching vers 37: Tao is eeuwig nietdoende en toch is er niets dat het niet doet. Met andere woorden, Tao doet niets en toch alles. De betekenis van de woord nietdoen is in deze zin veranderd: In de eerste betekenis wordt geduid op het niet gehecht zijn aan de resultaten van de actie die men onderneemt maar in de tweede betekenis wordt aangeduid dat men wel alles aanpakt wat men als taak of (levens)opdracht dient te volbrengen. Men kan in deze paradoxen doordringen door de hele context, de filosofie of de cultuur waarin deze paradoxen geschreven zijn te bestuderen.

Wu wei wordt in het Taoïsme vaak geassocieerd met water en de wijze waarop water zich gedraagt. Ofschoon water vloeit en geen weerstand biedt heeft het toch in zich graniet te eroderen. Water heeft geen vaste vorm zoals een steen of stuk hout, het stroomt overal en kan de kleinste ruimtes vullen. Het lijkt of water niets doet en toch doet het iets. Het gaat er om je niet tegen een stroom te verzetten, te kiezen uit de vele richtingen de stroom vloeit en de gevolgen te accepteren.

Het taoïsme is niet een filosofie van niets doen, maar wel van deelnemen aan het leven, de natuur. Het gaat om (geconcentreerd) zijn op de goede weg (Tao). “Wu wei” als onderdeel van het dagelijks leven, en de uitvoerbaarheid van “wei wu wei” zijn essentiële onderdelen van Chinese filosofie, en vooral het Taoïsme. Het uiteindelijke doel van “wu wei” is het streven naar een evenwichtige situatie en zodoende, zacht en onmerkbaar, in harmonie te geraken met het zelf, anderen, en de omgeving.

 

Advertenties